Houtsnijden

Introductie

Snijden en kerven zijn de basis van deze hobby. Je hebt er wat kennis voor nodig, maar vooral veel oefening. De belangrijkste tip is dan ook: oefen, oefen, oefen. Hoe vaker je snijdt, hoe beter je het mes leert gebruiken.

Een scherp mes is ook onmisbaar. Een mes scherp houden kost soms wat moeite, maar het maakt het snijden veiliger en makkelijker. Daarnaast is het goed om te weten hoe hout werkt en in welke richting je het het beste kunt snijden. Zorg ook altijd voor voldoende licht op je werkstuk.

Op deze pagina lees je meer over hout, messen, slijpen en snijden. Het tekenen van een patroon, het overbrengen van een patroon en het afwerken van een werkstuk worden op andere pagina's van deze site besproken.

Voor deze informatie is onder andere gebruikgemaakt van het boek Charlene Lynum: Chip Carving - Starter Guide. De e-bookversie is bij bol.com verkrijgbaar voor minder dan 7 euro. Het boek is Engelstalig, maar bevat veel duidelijke foto's en afbeeldingen. Ook staan er mooie patronen in voor verschillende werkstukken. Een fijn boek voor wie net begint.

Het hout

Voor houtsnijden wordt vaak lindehout gebruikt. Het is licht, zacht en bijna wit van kleur. De nerf is fijn en recht, waardoor het makkelijk te snijden is. Notenhout is ook een goede keuze. Dit hout is wat zwaarder en donkerder, met een duidelijkere nerf. Het is nog steeds goed te bewerken. Zoek online naar winkels die hout in de juiste maten verkopen. In Arnhem heeft Arnhemse Fijnhouthandel veel keuze, als je in de buurt woont.

Voor het beste resultaat moet lindehout een vochtgehalte van 9 tot 12 procent hebben. Is het hout te droog? Dan kan het een klikkend geluid maken tijdens het snijden, of worden de sneden minder strak, ook met een scherp mes. Bewaar je werkstuk daarom in een plastic zak als je er niet aan werkt. De vochtigheid van het hout heeft veel invloed op het eindresultaat.

 

 

Het is handig om te weten welke kant de houtnerf op loopt. Dat helpt bij het snijden en schuren. De nerf van lindenhout is meestal recht en fijn. Je ziet duidelijke lijnen die vaak iets donkerder zijn dan de rest van het hout. Aan deze lijnen herken je de richting van de nerf.

Schuur altijd met de nerf mee, dus in dezelfde richting als de lijnen in het hout. Bij het stuk hout hiernaast loopt de nerf over de lengte van de plank: van links naar rechts. Ook bij het snijden is de richting van de nerf belangrijk. Daar lees je later meer over onder het kopje 'Het snijden' op deze pagina.

Het mes

In Nederland worden twee soorten messen vaak gebruikt voor een kerfsnede: het snijmes en het steekmes.

Snijmes

Een snijmes gebruik je om kleine stukjes hout weg te snijden. In Nederland werken veel mensen met een Zwitsers zakmes. De meeste werkstukken op deze site zijn met zo’n mes gemaakt.

Voor beginners is een messenset van Flexcut, zoals op de foto hiernaast, een goede keuze. De set is betaalbaar en van prima kwaliteit. De mesjes zijn niet heel hard, dus je moet ze wel regelmatig slijpen. Op de foto zie je een klein en een groot snijmes.

Wie deze hobby serieus wil oppakken, doet er goed aan om een set goede messen te kopen. Die vind je meestal niet in gewone winkels. Kijk daarom op websites voor houtsnijden, vaak uit de Verenigde Staten, zoals My Chip Carving van Marty Leenhouts en Troy Nelson of Wayne Barton's Alpine School of Woodcarving van Wayne Barton.

Op de foto hiernaast zie je een messenset van My Chip Carving. Ik heb deze in het voorjaar van 2025 gekocht.

Het verschil met mijn eerdere messen is groot. Deze liggen prettig in de hand, snijden soepel en blijven veel langer scherp. Daar hangt wel een flink prijskaartje aan.

Steekmes

Een steekmes gebruik je om kleine details in je houtsnijwerk aan te brengen. Het snijdt geen stukjes hout weg, maar maakt lijnen en inkepingen in het hout.

Het steekmes dat hiernaast staat, maakt deel uit van de genoemde messenset van Flexcut. Ben je net begonnen met houtsnijden en wil je de kosten laag houden? Dan hoef je niet meteen een steekmes te kopen. Met alleen een snijmes kun je al mooie houtsnijwerkstukken maken. Krijg je meer ervaring, dan kan een steekmes een fijne aanvulling zijn.

Andere messen

Er is ook een derde soort messen. In landen in Oost-Europa gebruiken mensen vaak andere messen. Soms gebruiken ze bekende messen op een andere manier dan wij gewend zijn. Neem bijvoorbeeld Tatiana Baldina uit Rusland. Zij gebruikt voor bijna al haar houtsnijwerk een steekmes.

In andere landen gebruiken houtsnijders vaak een mes zoals op de foto hiernaast. Ik kocht dit Beavercraft-mes omdat ik er een bepaald patroon goed mee kon snijden. Daarbij moest ik dunne spaanders over een groter oppervlak en onder een kleine hoek wegsnijden. Ik gebruikte het voor deze theedoos.

 

Het slijpen

Een scherp mes is onmisbaar voor mooi houtsnijwerk. Met een bot mes wordt de snede ruw. Je snijdt dan niet goed meer in het hout, maar duwt of trekt het mes erdoorheen. Omdat lindehout zacht is, kan het hout daardoor uit elkaar trekken. Met een scherp mes maak je juist nette sneden en blijft het oppervlak glad op de plek waar je hout hebt weggehaald.

 

Polijsten

Wil je je mes langer scherp houden zonder het te slijpen? Polijst het dan af en toe. Gebruik hiervoor een leren riem of blokje (een strop). Smeer hier eerst wat polijstpasta op. Dit is een mengsel van was en heel fijne korrels, vergelijkbaar met een wasco. Je hoeft niet iedere keer opnieuw pasta aan te brengen.

Haal het mes daarna rustig over het leer: 10 keer aan de ene kant en 10 keer aan de andere kant. Herhaal dit vervolgens met 9 keer per kant, dan 8 keer per kant, en zo verder tot 1 keer per kant.

Door te polijsten wordt de snede weer scherper. Ook krijgt het mes een dun laagje vet, waardoor het makkelijker door het hout glijdt.

 

Slijpen, wetten en polijsten

Helpt polijsten niet meer? Dan is het tijd om het mes te slijpen. Hiervoor heb je twee slijpstenen en een strop nodig. Gebruik een grove steen van 600 grit, vaak grijs, om het mes weer scherp te maken. Gebruik daarna een fijne steen van 1800 grit, vaak wit, om het snijvlak netjes af te werken. Zo haal je ook het kleine randje weg dat na het slijpen kan ontstaan. Tot slot polijst je het mes met de strop.

Doe elke stap op dezelfde manier: haal het mes 10 keer aan de linkerkant over de steen of strop, daarna 10 keer aan de rechterkant. Herhaal dit met 9 keer per kant, dan 8 keer per kant, en zo verder tot je nog maar 1 keer per kant doet.

Stand van het mes

Leg het mes eerst plat neer. Til daarna de achterkant van het lemmet een klein stukje op: ongeveer de dikte van een creditcard of een muntje van tien cent. Dat is ongeveer 10 graden. Til je het mes hoger op, dan wordt de slijphoek te groot.

Oefen tijdens het slijpen of wetten overal evenveel druk uit: van het deel bij het handvat tot aan de punt van het mes.

De stand van het mes

Je kunt het snijmes op twee manieren vasthouden. Leer beide manieren goed aan en wissel ze regelmatig af. Welke stand je kiest, hangt af van de spaander die je wilt wegsnijden. Gebruik de eerste stand voor grotere spaanders en de tweede voor kleinere spaanders.

De eerste stand van het snijmes

Dit is de stand die het meest wordt gebruikt. Houd het mes in een hoek van ongeveer 65 graden ten opzichte van het hout.

  1. Leg het mes over je vier vingers, met het lemmet in dezelfde richting als je duim. Laat het mes rusten tussen het eerste en tweede gewricht van je vingers, gezien vanaf je handpalm. Het mes ligt dus niet in je handpalm, maar net daarboven op je vingers.
  2. Sluit je vingers om het handvat van het mes.
  3. Leg je duim langs het handvat, zodat de binnenkant van je duim het handvat raakt.
  4. Zet je duim, de knokkel van je wijsvinger en de punt van het mes op het hout. Tijdens het snijden blijven je duim en knokkels het hout raken. Zo houd je het mes stevig vast en heb je meer controle.

De tweede stand van het snijmes

Gebruik deze stand als je kleinere stukjes hout wilt wegsnijden. Houd het mes in een hoek van ongeveer 65 graden ten opzichte van het hout. De eerste twee stappen zijn hetzelfde als bij de eerste houding. 

  1. Leg het mes over je vier vingers, met het lemmet in dezelfde richting als je duim. Plaats het mes tussen het eerste en tweede gewricht van je vingers, vlak naast je handpalm.
  2. Sluit je vingers stevig om het handvat.
  3. Leg je duim boven op het mes, in lijn met het lemmet.
  4. Laat alleen de knokkel van je wijsvinger op het hout rusten. Kantel het mes naar binnen totdat het ongeveer 65 graden maakt met het hout.

Zo houd je het steekmes vast

Houd het steekmes rechtop, zodat het in alle richtingen haaks (90 graden) op je werkstuk staat. Pak het mes stevig met je vuist vast en plaats je duim op het uiteinde van het handvat. Moet je veel kracht zetten? Houd het mes dan gerust met twee handen vast.

Het snijden

Bij kerfsnede zijn er een paar basisvormen. Hieronder lees je hoe je deze vormen het beste snijdt.

Voor alle vormen geldt dezelfde belangrijke regel: snijd zo veel mogelijk met de nerf mee. Kijk daarbij naar zowel het hout als de spaander die je wegsnijdt. Snijd met de nerf mee in het werkstuk en tegen de nerf in bij de spaander. Volg voor het patroon links de snijrichting die op de afbeelding staat aangegeven. De grijze verticale lijnen laten zien hoe de nerf loopt.

Snijd je de andere kant op, dan kan je mes in de nerf blijven haken. Daardoor kan het mes uitschieten of snijd je een te grote spaander weg. Dat is meestal niet meer te herstellen.

Deze regel is vooral belangrijk bij gebogen sneden, maar helpt ook bij rechte sneden.

Kleine driehoek (< 0,5 cm)

Start met het snijmes in de eerste stand (zie hierboven) en maak snede 1. Zet het mes daarna in de tweede stand en maak snede 2. Draai het werkstuk vervolgens 180 graden, zet het mes terug in de eerste stand en maak snede 3.

Zorg dat het diepste punt van elke snede, dus de punt van het mes, onder de blauwe lijn komt. Maak alle sneden met het snijmes in een hoek van 65 graden.

Grotere driehoek (>0,5 cm)

Gebruik voor alle sneden van deze basisvorm de eerste stand van het snijmes (zie hierboven). Begin met snede 1. Draai het werkstuk 90 graden naar links en maak snede 2. Draai het werkstuk daarna 180 graden en maak snede 3.

Het diepste punt van elke snede, waar de punt van het mes komt, moet onder de blauwe lijn uitkomen. Houd het snijmes bij alle sneden in een hoek van 65 graden.

Grote vormen en spaanders

Heeft een patroon grote vormen? Dan is het vaak makkelijker om deze stap voor stap uit te snijden. Snijd de vorm eerst iets kleiner uit. Maak hem daarna wat groter en werk zo toe naar de juiste maat. 

Zo hoef je minder kracht te zetten, houd je meer controle en krijg je een gladdere snede.

Gebogen lijnen

Zie het plaatje bij de kop 'Het snijden'. Begin voor snede 1 in de hoek van het patroon. Laat het mes steeds dieper zakken en halverwege steeds ondieper gaan. Totdat het tegenover gelegen punt is bereikt. Draai het werkstuk 180 graden en voer snede 2 op dezelfde wijze uit. 

Als dit patroon aan één zijde een rechte lijn heeft of een naar binnen gebogen lijn (maantje), snij dan als eerste de recht of naar binnen gebogen snede uit. Bij dit patroon is het van belang om aandacht te geven aan de hoek van het mes. Zorg dat die 65 graden is. 

Rechthoek met vier zijden

Gebruik voor alle sneden van deze basisvorm de eerste stand van het snijmes (zie hierboven). Maak eerst snede 1 en 2, en daarna snede 3. Draai het werkstuk vervolgens 180 graden en maak snede 4.

Zorg dat het diepste punt van elke snede, de punt van het mes, onder de blauwe lijn komt. Maak alle sneden met het snijmes in een hoek van 65 graden.

Vierzijdige chevron

Deze vorm maak je met vier sneden. Gebruik voor alle sneden de eerste stand van het snijmes. Begin met snede 1. Snijd door tot de punt van het mes bijna bij de zijkant van snede 3 komt. Draai het werkstuk ongeveer 90 graden en maak snede 2. Plaats de punt van het mes dicht bij de zijkant van snede 4, op de plek waar snede 2 moet beginnen. Draai het werkstuk bijna 180 graden en maak snede 3. Draai het daarna nog bijna 180 graden en maak snede 4. 

Het diepste punt van elke snede, dus de punt van het mes, moet onder de blauwe lijn komen. Houd het snijmes bij alle sneden in een hoek van 65 graden. 

Rechte lijn

Een rechte lijn snijd je altijd met het snijmes in de eerste positie. Het belangrijkste is dat je de lijn zo recht mogelijk volgt. Let daarbij op de richting van de nerf. Snijd je met de nerf mee, dan kan het mes soms van de lijn afwijken. Dit leer je vooral door te oefenen. Probeer niet tegen de nerf in te snijden (zie ook het kopje ‘Het snijden’).

Loopt de lijn met de nerf mee? Maak dan aan het einde van de lijn de spaander los met de punt van je mes. Loopt de lijn haaks op de nerf? Dan laat de spaander meestal vanzelf los aan de uiteinden.

Cirkel lijn

Een cirkel snijden is lastiger dan een rechte lijn. Tijdens het snijden ga je steeds afwisselend met de nerf mee en haaks op de nerf. Daardoor reageert het mes steeds anders. Vooral in het begin is het daarom lastig om een mooie, gelijkmatige cirkel te snijden.

Begin altijd met de binnenste cirkel. Gebruik voor sneden 1 en 3 de eerste positie van het snijmes. Voor sneden 2 en 4 gebruik je de tweede positie. Sneden 5 en 7 maak je weer in de eerste positie. Voor sneden 6 en 8 gebruik je de tweede positie.

Vooral aan de linker- en rechterkant van de cirkel snijd je met de nerf mee. Daar is het vaak lastig om het mes goed onder controle te houden. Ook hiervoor geldt: oefening helpt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Verticale wand

Sommige basisvormen kunnen ook met een verticale, rechte wand worden gemaakt. Een voorbeeld is de chevronvorm. Snede 1 en 2 worden hierbij niet onder een hoek van 65 graden gesneden, maar met een rechtopstaand snijmes van 90 graden. Het diepste punt ligt op de plek waar snede 1 en 2 samenkomen. De overige sneden worden vaak onder een flauwere hoek van ongeveer 30 graden gemaakt.

Dit geldt ook voor de grote driehoek. Daarbij worden snede 1 en 2 eveneens met een rechtopstaand snijmes gemaakt. Het diepste punt ligt ook hier op de plek waar deze twee sneden elkaar raken. 

Rug-tegen-rug

In veel patronen liggen vormen direct tegen elkaar aan. Kijk dan eerst goed naar de richting van de nerf. Maak de eerste snede altijd met de nerf mee, bijvoorbeeld linksonder op de foto rechts. Werk daarna met de klok mee verder. Begin elke volgende uitsnede aan de kant die tegen de vorige uitsnede ligt. Zo ontstaat er een scherpe rand tussen de vormen. Is die rand aan de bovenkant plat? Dan zit er te veel ruimte tussen deze snede en de vorige.

Maak jouw eigen website met JouwWeb